Onderzoek

Neonatologie onderzoeksproject

Een kwetsbaar begin van vroeggeborenen
Laboratorium onderzoeksteam Kindergeneeskunde Laboratorium onderzoeksteam Kindergeneeskunde Van alle kinderen in Nederland wordt 7-8% te vroeg geboren. Er is sprake van vroeggeboorte indien de zwangerschap korter duurt dan 37 weken en deze groep prematuren maakt 71% uit van alle kinderen die rondom de bevalling overlijden. Hoe korter de zwangerschap duurt, hoe minder ontwikkeld de organen van het kind zijn en des te groter de kans op het ontstaan van ernstige ziektebeelden of overlijden.

Een belangrijke oorzaak van vroeggeboorte is een infectie van het vruchtwater tijdens de zwangerschap. Uit onderzoek blijkt dat er in de placenta en vruchtvliezen van moeders van vroeggeboren kinderen, een ontsteking te zien is. Bij vrouwen die hun kind voor de 28e week van de zwangerschap ter wereld brengen, komt deze ontsteking van placenta  en de vruchtvliezen in 80% van de gevallen voor. 
Bij vrouwen met een zwangerschap tot 32 weken bedraagt dit percentage 40%.

Vruchtwaterinfecties belemmeren de ontwikkeling van de organen niet alleen direct door het veroorzaken van vroeggeboorte. Onderzoek heeft ook aangetoond dat een infectie van het vruchtwater kan zorgen voor ontstekingsreacties bij het ongeboren kind, dat leidt tot directe orgaanschade en verstoring van de ontwikkeling van organen waaronder de longen, de hersenen en het maagdarmstelsel.

Vroeggeboorte en infecties van het vruchtwater kunnen daarom ernstige gevolgen hebben op korte en lange termijn.            

Ondersteuning van onrijpe longen geeft soms chronische longschade
Ongeveer 1% van de baby's wordt geboren na een zwangerschap van 32 weken of minder. In totaal gaat het in ons land om zo'n 2.000 kinderen per jaar. Een belangrijk probleem waar deze kleintjes vlak na de geboorde mee kampen, is onrijpheid van de longen. Vaak moeten kinderen om die reden beademd worden. Vruchtwaterinfecties tijdens de zwangerschap en toediening van extra zuurstof of kunstmatige beademing na geboorte kunnen chronische longschade veroorzaken.
Wanneer een te vroeg geboren kind bij '36 weken zwangerschapsduur' nog beademd moet worden is er sprake van chronische longziekte.

Blijvende hersenschade
De hersenen van een te vroeg geboren kind zijn zeer kwetsbaar voor bloeddrukschommelingen en bloedingen, die lokaal tot zuurstofgebrek en weefselschade kunnen leiden. De kans op schade is het grootst in de witte stof, de plaats waar zich de verbindingen tussen de hersencellen bevinden. Beschadiging van de witte stof kan ook het gevolg zijn van vruchtwaterinfecties, een niet goed functionerende moederkoek (placenta) of zuurstofgebrek rondom de geboorte. Vrijwel alle pasgeborenen met witte stofschade ontwikkelen later spasticiteit: in de witte stof lopen namelijk veel zenuwbanen voor de motoriek. Daarnaast blijft de verstandelijke ontwikkeling achter en kan blindheid optreden.

Problemen in het maagdarmstelsel
Het onrijpe maagdarmstelsel veroorzaakt voedingsproblemen. Daarnaast vormen vroeggeboorte en vruchtwaterinfecties een groot risico op beschadiging van het darmslijmvlies en bacteriële invasie van de darmwand. Deze aandoening wordt necrotiserende enterocolitis genoemd en kent een hoog sterftecijfer van 20-40%. Necrotiserende enterocolitis wordt in veel gevallen gekenmerkt door een ernstige darmontsteking die gepaard gaat met een verminderde doorbloeding van de darm, waardoor delen van de darm kunnen afsterven en chirurgisch ingrijpen (bij 30 tot 60% van de kinderen) levensnoodzakelijk is.

Helaas bestaan er geen behandelopties om bovengenoemde aandoeningen te voorkomen of te genezen.

Uniek
De relatie tussen een ontsteking in de baarmoeder, vroeggeboorte en problemen bij de pasgeborene krijgt pas sinds enkele jaren serieuze aandacht. Het Maastrichtse onderzoek beslaat alle fasen van onderzoek, van zeer fundamenteel in unieke laboratorium modellen, tot de directe patiëntenzorg. Deze combinatie komt slechts in enkele centra wereldwijd voor.

Resultaten
De intensieve zorg voor pasgeborenen is zeer kostbaar en vormt een enorme belasting voor het gezin en patiënt. Bovendien brengen de levenslange complicaties van vroeggeboorte hoge kosten voor de maatschappij met zich mee. Het verminderen van schade aan longen, hersenen en darmen na vroeggeboorte zal daarom leiden tot aanzienlijke gezondheidswinst en vermindering van zorgkosten.

Om dit te bereiken onderzoeken wij allereerst de onderliggende mechanismen van orgaanschade bij vroeggeboorte. Beter begrip van de onderliggende schadeprocessen zal binnen enkele jaren leiden tot betere diagnostiek en risicoschatting en zal uiteindelijk nieuwe behandelmethoden opleveren. Het Maastrichtse onderzoeksteam richt zich daarbij onder andere op voedingsinterventies en stamceltherapie voor het verminderen van orgaanschade bij vroeggeboorte.